Toespraak van Himmler op 4 Oktober 1943 in Poznan

Uit Paraplu
Ga naar:navigatie, zoeken

Deze bekende toespraak van Heinrich Himmler verschaft veel inzicht. Het kan niet als cynisch bedoeld worden opgevat. De morele problemen werden op dit niveau echt beleefd. Het lijdt geen twijfel dat de gaskamers zijn gebouwd met het idee om zo min mogelijk psychologische druk voor zo min mogelijk daders te veroorzaken, Daarom had men behoefte aan een techniek om zoveel mogelijk mensen zo snel en anoniem mogelijk te doden. Dat de praktijk zeer bruut en crimineel gewelddadig was, wordt met een toespraak als de deze zo goed mogelijk met een gemeenschappelijke mooie schijnwerkelijkheid toegedekt. Aan de oppervlakte gezien appelleren aan beschaafde zaken, is totaal geen garantie voor beschaafd gedrag.

Deze toespraak laat bovenal zien dat de kwaliteit van de eigen moraal en ethiek niet door een mens of groep mensen zelf kan worden beoordeeld, maar dat het altijd de anderen zijn die uiteindelijk dat oordeel moeten vellen.

De werkelijkheid week ver af van het gepropageerde beeld van ‘anständig geblieben zu sein’. Uit de verhalen van overlevenden en getuigen en uit bekentenissen van daders wordt duidelijk dat extreem sadisme en corruptie gangbaar waren. Het is interessant dat de NS leiding het blijkbaar toch van belang vond om te zorgen dat er wel een eenduidig positief beeld werd gecommuniceerd.

Dat extreem sadisme en corruptie een noodzakelijk geheel vormden met de actie Reinhard en met het gehele Derde Rijk is een belangrijk gegeven. De Nazi staat was door en door een terreur staat, gebouwd met geweld en op geweld. Een staat die zich middels collectieve symbolische straffen, Lidice en Putten zijn daar voorbeelden van, tegenover de burgers handhaaft, heeft elk recht op het beheer van het monopolie op het geweld verloren. Het maximaal toepassen en toelaten van geweld binnen een ogenschijnlijk volledig rechtmatig en rationeel kader, is één van de dingen die het Derde Rijk uitzonderlijke maakten.

Daarom is de Plötzensee (Berlijn) een belangrijke plaats van gedenken. Hier gaat het om de slachtoffers van een misdadig juridisch systeem, mensen die individueel door een rechtbank werden veroordeeld met als belangrijke bepaling in het vonnis dat ze voor eeuwig van hun eer waren ontdaan. Het is niet onbelangrijk om op die plaats stil te staan bij het feit dat vrijwel alle misdadige rechters na 1950 gewoon verder konden in het Duitse juridische systeem. Slachtoffers moesten na de oorlog soms hun claim indienen bij de rechter die hun toen veroordeeld had. Deze continuïteit is een van de meest zorgwekkende zaken wat betreft de Bondsrepubliek.

De slotzin van de toespraak blijkt pijnlijk correct: Und wir haben keinen Schaden in unserem Innern, in unserer Seele, in unserem Charakter daran genommen. Uit interviews met daders komt het maar al te vaak naar voren dat ze beweren er geen innerlijke schade van op te hebben gelopen. Een dader zei in een tv interview eens heel zelfverzekerd dat ieder mens het recht heeft om er gegeven de situatie het beste van te maken, dus hij na 1945 ook. Hoe cru en bot het in die context ook is om dat te zeggen, hij heeft wel gelijk. Hier bijten moraliteit en praktijk elkaar, de mensen die volgens ons immoreel hebben gehandeld maar dat zelf niet voelen lijden daar niet onder en ondervinden er (ogenschijnlijk) geen schade van. Maar er bestaan sprekende statistieken over psychische problemen bij oudere mannen in Duitsland, zie Klooster Esterwegen.


Citaat uit de toespraak van Heinrich Himmler op 4 oktober 1943 te Poznan:


Auch ein ganz schweres Kapitel will ich hier vor Ihnen in aller Offenheit nennen.


Es soll zwischen uns ausgesprochen sein, und trotzdem werden wir nicht in der Öffentlichkeit nie darüber reden.


Genau so wenig, wie wir am 30. Juni gezögert haben, die befohlene Plicht zu tun und Kameraden, die sich verfehlt hatten, an die Wand zu stellen und zu erschiessen.

Wie wir darüber niemals gesprochen haben und sprechen werden.


Das war so eine Gottseidank in uns wohnende Takt, Selbstverständlichkeit des Taktes, dass wir uns untereinander nie darüber unterhalten haben, nie darüber sprachen, es hat jeden geschauert und jeder war sich klar, dass er es das nächste Mal wieder tun würde, wenn es befohlen wird und wenn es notwendig ist. Ich meine die “Judenevakuierung”: die Ausrottung des jüdischen Volkes.


Es gehört zu den Dingen, die man leicht ausspricht. “Das jüdische Volk wird ausgerottet”, sagt Ihnen jeder Parteigenosse, “ganz klar, steht in unserem Programm drin, Ausschaltung der Juden, Ausrottung, machen wir, pfah!, Kleinigkeit”.


Und dann kommen sie alle, alle die braven 80 Millionen Deutschen, und jeder hat seinen anständigen Juden. Sagt: alle anderen sind Schweine, und hier ist ein prima Jude.

Und zugesehen, es durchgestanden hat keiner. Von Euch werden die meisten wissen, was es heisst, wenn 100 Leichen beisammen liegen, wenn 500 daliegen oder wenn 1000 daliegen. Und dies durchgehalten zu haben, und dabei -- abgesehen von menschlichen Ausnahmeschwächen -- anständig geblieben zu sein, hat uns hart gemacht und ist ein niemals genanntes und niemals zu nennendes Ruhmesblatt.

Denn wir wissen, wie schwer wir uns täten, wenn wir heute noch in jeder Stadt bei den Bombenangriffen, bei den Lasten des Krieges und bei den Entbehrungen, wenn wir da noch die Juden als geheime Saboteure, Agitatoren und Hetzer hätten. Wir würden wahrscheinlich in das Stadium des Jahres 16/17 jetzt gekommen sein, wenn die Juden noch im deutschen Volkskörper sässen.

Die Reichtümer, die sie hatten, haben wir ihnen abgenommen, und ich habe einen strikten Befehl gegeben, den Obergruppenführer Pohl durchgeführt hat, wir haben diese Reichtümer restlos dem Reich, dem Staat abgeführt. Wir haben uns nichts davon genommen. Einzelne, die sich verfehlt haben, die werden gemäss einem von mir gegebenen Befehl, den ich am Anfang gab: Wer sich auch nur eine Mark davon nimmt, ist des Todes.

Eine Anzahl SS-Männer haben sich dagegen verfehlt. Es sind nicht sehr viele, und sie werden des Todes sein - GNADENLOS! Wir haben das moralische Recht, wir hatten die Pflicht unserem Volk gegenüber das zu tun, dieses Volk, das uns umbringen wollte, umzubringen. Wir haben aber nicht das Recht, uns auch nur mit einem Pelz, mit einer Mark, mit einer Zigarette, mit einer Uhr, mit sonst etwas zu bereichern. Das haben wir nicht. Denn wir wollen nicht am Schluss, weil wir den Bazillus ausrotten, an dem Bazillus krank werden und sterben.

Da werde ich niemals zusehen, dass so etwas überhaupt nur auch ein kleine Fäulnisstelle bei uns eintritt oder sich festsetzt. Sondern, wo sich eine festsetzen sollte, werden wir sie gemeinsam ausbrennen. Insgesamt aber können wir sagen: Wir haben diese schwerste Aufgabe in Liebe zu unserem Volk getan. Und wir haben keinen Schaden in unserem Innern, in unserer Seele, in unserem Charakter daran genommen.


Deze toespraak kan in zijn geheel van het internet worden gedownload:





Heinrich Himmler's Speech at Poznan (Posen)

Zie verder: Afsluitende opmerkingen over het Derde Rijk, DAP-NSDAP, De Moraal - Anständig geblieben, Het 25 punten programma van de NSDAP, Het Nationaal Socialisme, Hitlers theologie, Holocaust en Shoah, KDF - Kraft durch Freude, Montségur, Nazi Weltanschauung en de Ideologen, Occultisme, Oorsprong van Duitsland en het Nationaal-Socialisme, Opvoeding en onderwijs, Otto Rahn, Swastika logo, Tijdlijn van de Nazi pre-historie, Toespraak van Himmler op 4 Oktober 1943 in Poznan, Wolfram von Sievers, Literatuurlijst, Voorbij het Inferno